Loonbeslag en loonoverdracht: wat is beslagbaar in 2026
Welk deel van een netto-inkomen beslagbaar of overdraagbaar is, hoe de vermindering per kind werkt en wanneer de grenzen niet gelden (art. 1409 tot 1412 Ger.W.).
Bijgewerkt op 5 oktober 2026
LoonbeslagDe regel in het kort
- Het netto maandinkomen wordt in schijven verdeeld, elk beslagbaar tegen een eigen percentage (art. 1409 Ger.W.). In 2026 is het deel tot € 1.419 niet vatbaar voor beslag en is alles boven € 1.839 beslagbaar.
- Voor een vervangingsinkomen (werkloosheid, ziekte, invaliditeit, pensioen) is de middelste schijf beslagbaar tegen 40 % in plaats van 30 % (art. 1409, § 1bis).
- Het beslagbare bedrag wordt verminderd met € 88 per aangegeven kind ten laste, zonder negatief te worden.
- Dezelfde grenzen gelden voor beslag en voor overdracht van loon.
- Voor onderhoudsgeld en loondelegatie gelden de grenzen niet (art. 1412): het hele inkomen kan worden aangesproken.
- Gezinsbijslag, tegemoetkomingen aan personen met een handicap en maatschappelijke dienstverlening van het OCMW zijn nooit beslagbaar (art. 1410, § 2).
De tool loonbeslag berekent het beslagbare deel schijf per schijf, met de vermindering voor kinderen, ook bij meerdere inkomsten.
De schijven van 2026
De berekening vertrekt van het netto-inkomen: het bruto-inkomen min de sociale bijdragen en de bedrijfsvoorheffing. Elk percentage geldt enkel voor het deel van het inkomen binnen zijn schijf.
| Netto maandinkomen | Inkomen uit arbeid (§ 1) | Vervangingsinkomen (§ 1bis) |
|---|---|---|
| tot € 1.419 | niet beslagbaar | niet beslagbaar |
| € 1.419,01 tot € 1.524 | 20 % | 20 % |
| € 1.524,01 tot € 1.682 | 30 % | 40 % |
| € 1.682,01 tot € 1.839 | 40 % | 40 % |
| boven € 1.839 | 100 % | 100 % |
Jaarlijkse indexering
Een koninklijk besluit, bekendgemaakt vóór 31 december, past de bedragen elk jaar op 1 januari aan (art. 1409, § 2). Sinds de wet van 19 december 2023 vertrekt het van basisbedragen (€ 1.316, € 1.414, € 1.560, € 1.706 en € 81 per kind) en van de afgevlakte gezondheidsindex van november 2022, met afronding naar de hogere euro. Wijkt de index in de loop van het jaar meer dan 5 % af, dan volgt een tussentijdse aanpassing (§ 2bis); in 2026 gebeurde dat niet.
| Jaar | Niet beslagbaar tot | Schijfgrenzen | Per kind ten laste | Besluit |
|---|---|---|---|---|
| 2026 | € 1.419 | € 1.524, € 1.682, € 1.839 | € 88 | koninklijk besluit van 3 december 2025 |
| 2025 | € 1.388 | € 1.492, € 1.646, € 1.800 | € 86 | koninklijk besluit van 5 december 2024 |
| 2024 | € 1.341 | € 1.440, € 1.589, € 1.738 | € 83 | koninklijk besluit van 12 december 2023 |
De tool past de bedragen toe van het jaar dat u kiest.
De vermindering voor kinderen ten laste
Werking. Het beslagbare of overdraagbare bedrag wordt verminderd met een vast bedrag per kind ten laste: € 88 in 2026. De vermindering kan het beslagbare bedrag niet overschrijden en verhoogt de grens van het niet-beslagbare deel niet.
Kind ten laste (koninklijk besluit van 27 december 2004): een kind jonger dan 25 jaar, of in verlengde minderjarigheid, voor wiens huisvesting, onderhoud of opvoeding de schuldenaar substantieel bijdraagt. Die bijdrage wordt vermoed als het kind bij de schuldenaar woont, ook deeltijds, of als het betaalde onderhoudsgeld hoger is dan de vermindering. Het kind is niet ten laste als zijn netto-bestaansmiddelen in de 12 maanden vóór de aangifte hoger waren dan, in 2026, € 4.015 (samenwonende schuldenaar), € 5.799 (alleenstaande schuldenaar) of € 7.352 (kind met een handicap).
Aangifte (art. 1409ter Ger.W.). De schuldenaar geeft elk kind aan op het formulier waarvan het model door de minister van Justitie is vastgesteld, met bewijsstukken: attest van het ziekenfonds, samenstelling van het gezin, vonnis of overeenkomst over het verblijf, of bewijs van betaling van onderhoudsgeld. De aangifte gaat naar de instrumenterende gerechtsdeurwaarder bij beslag, en naar de overgedragen schuldenaar bij overdracht (art. 7 van de wet van 12 april 1965). De vermindering geldt vanaf de eerste betaling na de aangifte, voor een jaar, verlengbaar. Wijzigingen moeten worden gemeld, en de schuldeiser kan de vermindering betwisten voor de beslagrechter.
Wanneer de grenzen niet gelden
Onderhoudsvorderingen en loondelegatie. Art. 1412 Ger.W. sluit de grenzen van art. 1409 uit voor een vordering tot betaling van onderhoudsgeld en voor een loondelegatie, waarbij de rechter een (gewezen) echtgenoot toestaat een deel van het loon rechtstreeks te ontvangen. Het hele inkomen kan dan in beslag genomen of overgedragen worden, en de vermindering voor kinderen speelt niet.
Nooit beslagbaar (art. 1410, § 2): gezinsbijslag, tegemoetkomingen aan personen met een handicap en maatschappelijke dienstverlening van het OCMW.
Meerdere inkomens en zelfstandigen
- Samentelling (art. 1411). Inkomsten uit arbeid, of inkomen uit arbeid samen met een vervangingsinkomen, worden opgeteld; op het totaal geldt de schaal van inkomen uit arbeid. Ontvangt de schuldenaar enkel vervangingsinkomens, dan geldt hun eigen schaal op het totaal. De nooit beslagbare bedragen blijven buiten het totaal.
- Netto per kalendermaand: na bedrijfsvoorheffing, persoonlijke socialezekerheidsbijdragen en aanvullende bijdragen zoals een groepsverzekering (art. 1411, tweede lid).
- Zelfstandige (art. 1409bis). Er is geen automatische bescherming: de schuldenaar zonder inkomen van art. 1409 vraagt de beslagrechter het inkomen te behouden dat hij en zijn gezin nodig hebben, berekend zoals in art. 1409, § 1, en 1411.
- Onderhoud en andere schuldeisers (art. 1412, tweede lid). Voor de gewone schuldeisers is het beslagbare deel het normale deel, verminderd met wat al voor onderhoudsgeld wordt ingehouden of betaald.
De tool loonbeslag heeft een eigen veld voor inkomen uit arbeid, voor vervangingsinkomen en voor inkomen als zelfstandige: hij telt ze samen en past de juiste schaal toe. Voor inkomen als zelfstandige is het getoonde bedrag een aanwijzing voor de beslagrechter. Een apart veld neemt op wat al elke maand voor onderhoudsgeld wordt ingehouden (art. 1412, tweede lid).
Beslag of overdracht
De grenzen zijn dezelfde: de FOD Werkgelegenheid publiceert één tabel voor de overdraagbare en beslagbare gedeelten. Het verschil zit in de aard:
- Beslag is een gerechtelijke maatregel, bewarend of uitvoerend, die meestal via een gerechtsdeurwaarder verloopt.
- Overdracht is een contractuele overdracht van een deel van het loon aan een schuldeiser (wet van 12 april 1965 en art. 1409 Ger.W.). Ze wordt meestal ter kennis gebracht aan de werkgever, die als overgedragen schuldenaar optreedt.
In beide gevallen kan de schuldeiser de vermindering voor kinderen betwisten voor de beslagrechter.
Kosten van de gerechtsdeurwaarder
Wanneer de schuldenaar betaalt na het optreden van de gerechtsdeurwaarder, ook rechtstreeks aan de schuldeiser, is een inningsrecht verschuldigd (art. 8 van het tarief van het koninklijk besluit van 30 november 1976, gewijzigd bij koninklijk besluit van 18 mei 2024). In 2026 is het degressief per schijf van het geïnde bedrag: 8 % tot € 2.631,28, 5 % tot € 5.262,57, 2 % tot € 10.525,13, 1 % tot € 26.312,83, 0,5 % tot € 52.625,65, 0,25 % tot € 105.251,30 en 0,10 % daarboven, met een minimum van € 15,79. Voor de vorderingen van art. 591, 25°, Ger.W. (energie, water, telecom en, sinds 1 oktober 2024, zorgverstrekkers en scholen) is het beperkt tot € 105,25.
Op een geïnd bedrag van € 3.000: 8 % van € 2.631,28 en 5 % van € 368,72, samen € 228,94 excl. btw, of € 277,02 met 21 % btw. Daarbij komen de akten zelf, zoals de betekening van het vonnis: voor een te innen totaal van € 3.000 (klasse B) € 184,19 + € 18,95 = € 203,14 excl. btw, € 295,80 met btw en het registratierecht van € 50. De tool kosten van de gerechtsdeurwaarder raamt elke post; de gids over proceskosten legt uit wie de kosten van het geding draagt.
Rekenvoorbeelden
Nettoloon van € 2.000, één kind ten laste (2026)
| Schijf | Deel van het inkomen | Percentage | Beslagbaar |
|---|---|---|---|
| tot € 1.419 | € 1.419 | 0 % | € 0,00 |
| € 1.419,01 tot € 1.524 | € 105 | 20 % | € 21,00 |
| € 1.524,01 tot € 1.682 | € 158 | 30 % | € 47,40 |
| € 1.682,01 tot € 1.839 | € 157 | 40 % | € 62,80 |
| boven € 1.839 | € 161 | 100 % | € 161,00 |
Beslagbaar vóór de vermindering: € 292,20. Na aftrek van € 88 voor het kind: € 204,20 per maand; de schuldenaar houdt € 1.795,80 over.
Pensioen van € 2.000 netto (2026)
Als vervangingsinkomen is de schijf van € 1.524,01 tot € 1.682 beslagbaar tegen 40 %: € 63,20 in plaats van € 47,40. Totaal: € 308,00 per maand, vóór de vermindering voor kinderen.
Nettoloon van € 1.650, twee kinderen ten laste (2026)
Beslagbaar vóór de vermindering: € 21,00 (20 % van € 105) en € 37,80 (30 % van € 126), samen € 58,80. De vermindering van 2 × € 88 = € 176 wordt beperkt tot € 58,80: er is niets beslagbaar. Zonder aangifte van de kinderen zou € 58,80 per maand worden ingehouden.
Loon van € 1.500 en invaliditeitsuitkering van € 500 (2026)
Apart berekend zou enkel € 16,20 beslagbaar zijn (20 % van € 81 op het loon; niets op de uitkering). Samengeteld tot € 2.000 onder de schaal van inkomen uit arbeid (art. 1411) is € 292,20 beslagbaar. In de praktijk gebeurt die samentelling niet vanzelf, en hoe twee derden-beslagenen de inhouding verdelen, regelt de wet niet.
Hetzelfde loon van € 2.000 in 2025
Met de grenzen van 2025 (€ 1.388, € 1.492, € 1.646, € 1.800) is € 328,60 beslagbaar. Kies voor een vroegere periode het juiste jaar in de tool loonbeslag.
Onderhoudsvordering
Een schuldeiser van onderhoudsgeld die beslag legt op hetzelfde loon van € 2.000, is niet gebonden door de schijven van art. 1409 (art. 1412): het hele inkomen kan worden aangesproken. De tool toont dan geen schijven maar de uitzondering.
Valkuilen en open punten
- Voorwaarden van het kind. De tool gaat niet na of het aangegeven kind voldoet aan de voorwaarden van het besluit (leeftijd, eigen inkomsten, bijdrage van de schuldenaar).
- Bruto of netto. De tool rekent een bruto-inkomen niet om naar netto: vul het netto-inkomen in.
- Jaren. Enkel 2024, 2025 en 2026 zijn gedekt; een tussentijdse aanpassing (§ 2bis) zou de bedragen in de loop van een jaar wijzigen.
- Vermindering voor kinderen. De vermindering voor kinderen verhoogt de grens van € 1.419 niet: ze wordt afgetrokken van het beslagbare bedrag.
De tool ondersteunt de advocaat, die verantwoordelijk blijft voor de berekening en voor de controle van de toepasselijke regel.
Bronnen
- Gerechtelijk Wetboek, art. 1409, 1409bis, 1409ter, 1410, 1411 en 1412; wet van 19 december 2023, art. 57 (gecontroleerd op 5 oktober 2026).
- Koninklijke besluiten van 12 december 2023 (bedragen 2024), 5 december 2024 (bedragen 2025) en 3 december 2025 (Belgisch Staatsblad van 10 december 2025, bedragen 2026); koninklijke besluiten van 27 december 2004 (kind ten laste; aangifte), gewijzigd bij koninklijk besluit van 23 november 2006 (gecontroleerd op 5 oktober 2026).
- Wet van 12 april 1965, art. 7 (gecontroleerd op 4 oktober 2026).
- FOD Werkgelegenheid, Arbeid en Sociaal Overleg, beslag en overdracht van loon (Franstalige pagina); Rijksdienst voor Jaarlijkse Vakantie, beslag en overdracht (Franstalige pagina) (gecontroleerd op 5 oktober 2026).
- Koninklijk besluit van 30 november 1976, gewijzigd bij koninklijk besluit van 18 mei 2024, art. 6, 8 en 15; tarief 2026 van de Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders (pdf, Frans) (gecontroleerd op 4 oktober 2026).
Hulpmiddel. De advocaat blijft verantwoordelijk voor de berekening en voor de controle van de toepasselijke regel.