Naar de inhoud
Hublex

Conclusiekalender (art. 747 van het Gerechtelijk Wetboek)

Een kalender voor de uitwisseling van conclusies om aan de rechter voor te stellen, of te controleren, met de termijnen errond.

Voor het document

Enkel op deze pagina bewaard: nooit aan het adres toegevoegd en nergens naartoe verzonden.

Uw resultaat verschijnt hier

Het resultaat verschijnt zodra de nodige velden ingevuld zijn.

Inleidende zitting op 7 oktober 2026: een voorgestelde conclusiekalender, datum per datum.

Bewaarde kalenders

Bewaar een kalender in deze browser en open hem later opnieuw.

Een dossierreferentie, nooit de naam van een cliënt.

Bronnen

Regels gecontroleerd op 05/10/2026

Hulpmiddel. De advocaat blijft verantwoordelijk voor de berekening en voor de controle van de toepasselijke regel.

Hoe het werkt

Hoe de kalender wordt voorgesteld

U vult de procedure in (ten gronde, of kort geding en gelijkgestelde procedures), het soort kalender (minnelijk, art. 747, § 1, of gerechtelijk, § 2), de inleidende zitting, de partij die eerst concludeert, het aantal conclusies per partij (hoogstens vier) en de tijd tussen twee uiterste data.

  • Uiterste data. De partijen concluderen om beurten. Valt een uiterste datum in een weekend of op een wettelijke feestdag, dan schuift hij op naar de volgende werkdag. Als u dat kiest, schuift een voorgestelde datum in juli of augustus op naar de eerste werkdag van september.
  • Syntheseconclusies. De laatste conclusies van elke partij (art. 748bis).
  • Opmerkingen over de instaatstelling. Uiterlijk binnen de maand na de inleidende zitting; 5 dagen in kort geding (art. 747, § 2, lid 1, en § 3).
  • Beschikking van de rechter. Uiterlijk 6 weken na de inleidende zitting; 8 dagen in kort geding (art. 747, § 2, lid 3, en § 3).
  • Pleitzitting. Bij een gerechtelijke kalender uiterlijk 3 maanden na de laatste conclusies (art. 747, § 2, lid 3).
  • Nieuw stuk. Is de pleitzitting bekend, dan de laatste dag om nieuwe termijnen te vragen, dertig dagen ervoor (art. 748, § 2).

Om een vastgelegde kalender te controleren, wijzigt u de data. De tool meldt een uiterste datum die niet na de vorige valt, die op een rustdag of tijdens de gerechtelijke vakantie valt, en een te late zitting.

Het Word-document voor de rechtbank, de pdf en het agendabestand (.ics) zijn gratis. De namen van de partijen en het rolnummer blijven op de pagina. Kalenders bewaren in de browser is een kantoorfunctie, gratis met een bevestigd e-mailadres.

Rechtsgrond

  • Gerechtelijk Wetboek, art. 747, vervangen bij de wet van 26 april 2007 en gewijzigd bij de wetten van 30 juli 2013 en 6 juli 2017.
  • Art. 742 (verzending van conclusies), 748, § 2 (nieuw stuk) en 748bis (syntheseconclusies).
  • Art. 52 tot 54 voor de berekening van de termijnen.
  • Gerechtelijk Wetboek op Justel.

Aandachtspunten

  • Laattijdige conclusies. Sinds 2017 worden conclusies die na de termijnen worden neergelegd of verzonden, ambtshalve uit de debatten geweerd, bij een minnelijke en bij een gerechtelijke kalender (art. 747, § 4). Uitzonderingen: art. 748, § 1 en § 2, en het akkoord van de partijen om de termijnen te wijzigen.
  • Verzending per post. Conclusies gelden vanaf de dag waarop de griffie ze ontvangt, niet vanaf de verzending (art. 742). Via e-Deposit kunt u tot middernacht op de laatste dag neerleggen.
  • Geen minimumtermijn. Sinds 2007 legt het Wetboek geen minimumtermijn meer op om te concluderen. De voorgestelde tussentijden kiest u zelf.
  • Gerechtelijke vakantie. Ze verlengt de termijnen van de kalender niet: art. 50, lid 2 geldt enkel voor hoger beroep en verzet.
  • Termijnen van de rechter. De 6 weken en de 8 dagen binden de rechter; het zijn geen vervaltermijnen. Tegen de beschikking staat geen rechtsmiddel open.
  • Terugtellen. Een termijn die terugwaarts vanaf de zitting wordt berekend, wordt nooit naar later verplaatst. Valt de uiterste datum van art. 748, § 2 op een rustdag, dan is de vorige werkdag de laatste dag voor een neerlegging op papier: voor een zitting op maandag 14 december 2026 is dat vrijdag 13 november 2026.

Wat de tool niet doet

  • Hij legt de kalender niet vast: de rechter legt hem vast of neemt er akte van.
  • Hij controleert de inhoud en de vorm van de conclusies niet.
  • Hij behandelt het gezamenlijk verzoek tot rechtsdagbepaling (art. 748, § 1) niet, noch het verzoek tot instaatstelling na een verzending naar de rol (art. 747, § 2, lid 5).

De regels werden gecontroleerd op 5 oktober 2026. De tool ondersteunt de advocaat, die verantwoordelijk blijft voor de berekening en voor de controle van de toepasselijke regel.

Bijgewerkt op 5 oktober 2026

Veelgestelde vragen

Binnen welke termijn bezorgt u uw opmerkingen over de instaatstelling?

Uiterlijk binnen de maand na de inleidende zitting (art. 747, § 2, lid 1 Ger.W.). De rechter kan die termijn inkorten als dat nodig is of als de partijen ermee instemmen. In kort geding en gelijkgestelde procedures: hoogstens 5 dagen (§ 3).

Voorbeeld: inleidende zitting op woensdag 7 oktober 2026. De maand verstrijkt op zaterdag 7 november, verschoven naar maandag 9 november 2026.

Binnen welke termijn legt de rechter de conclusiekalender vast?

Uiterlijk 6 weken na de inleidende zitting (art. 747, § 2, lid 3 Ger.W.). In kort geding en gelijkgestelde procedures: hoogstens 8 dagen, en de griffier geeft uiterlijk de eerste werkdag daarna kennis van de beschikking (§ 3).

Die termijnen binden de rechter; het zijn geen vervaltermijnen. Tegen de beschikking staat geen rechtsmiddel open (§ 2, lid 4).

Heeft de verweerder nog altijd een maand om te concluderen?

Nee. De regel "de verweerder heeft een maand om te concluderen" stond in het oude art. 747, § 1, dat bij de wet van 26 april 2007 werd vervangen. Het Wetboek legt geen minimumtermijn meer op: de partijen spreken de termijnen af, of de rechter legt ze vast.

Wat gebeurt er met conclusies die te laat worden neergelegd?

Ze worden ambtshalve uit de debatten geweerd (art. 747, § 4, sinds de wet van 6 juli 2017), bij een minnelijke en bij een gerechtelijke kalender. Uitzonderingen: art. 748, § 1 en § 2, en het akkoord van de partijen om de termijnen of de kalender te wijzigen. Op de vastgestelde datum kan de meest gerede partij een vonnis vragen, dat in elk geval op tegenspraak is.

Conclusies die per post worden verzonden, gelden vanaf de dag waarop de griffie ze ontvangt (art. 742).

Tot wanneer kunt u nieuwe termijnen vragen voor een nieuw stuk?

Uiterlijk dertig dagen vóór de pleitzitting (art. 748, § 2 Ger.W.), voor een nieuw en ter zake dienend stuk of feit. Het verzoek wordt ter griffie neergelegd en bij gerechtsbrief ter kennis gebracht. De andere partijen hebben 15 dagen voor hun opmerkingen; de rechter beslist binnen de 8 dagen daarna.

Valt de dertigste dag vóór de zitting in een weekend of op een feestdag, dan neemt de tool de vorige werkdag: geen enkele bron beslecht dat geval.

Wat zijn syntheseconclusies?

De laatste conclusies van een partij nemen de vorm aan van syntheseconclusies (art. 748bis Ger.W.). Ze vervangen al haar eerdere conclusies en de akte van rechtsingang, behalve wanneer conclusies buiten de termijnen van art. 747 mogen worden neergelegd.

Is artikel 751 van het Gerechtelijk Wetboek nog van toepassing?

Nee. De wet van 26 april 2007 heeft het opgeheven. Na een verzending naar de rol vraagt een partij de instaatstelling aan met een schriftelijk verzoek op grond van art. 747, § 2. De kennisgeving ervan doet de termijnen voor de opmerkingen en voor het vastleggen van de kalender opnieuw lopen.

Hulpmiddel. De advocaat blijft verantwoordelijk voor de berekening en voor de controle van de toepasselijke regel.