Naar de inhoud
Hublex
← Alle gidsen

Conclusietermijnen volgens artikel 747 van het Gerechtelijk Wetboek

Hoe een conclusiekalender tot stand komt, welke termijnen de partijen en de rechter binden, en wat er gebeurt met conclusies die te laat komen.

Bijgewerkt op 5 oktober 2026

Conclusiekalender (art. 747)

De regel in het kort

  • Minnelijke kalender. De partijen spreken de termijnen af en de rechter neemt er akte van (art. 747, § 1 Ger.W.).
  • Gerechtelijke kalender. Opmerkingen over de instaatstelling uiterlijk binnen de maand na de inleidende zitting, beschikking van de rechter uiterlijk 6 weken na die zitting, pleitzitting uiterlijk 3 maanden na de laatste conclusies (§ 2).
  • Kort geding en gelijkgestelde procedures. Hoogstens 5 dagen voor de opmerkingen en 8 dagen voor de beschikking (§ 3).
  • Sanctie. Laattijdige conclusies worden ambtshalve uit de debatten geweerd (§ 4).
  • Nieuw stuk of feit. Nieuwe termijnen vragen uiterlijk dertig dagen vóór de pleitzitting (art. 748, § 2).
  • Syntheseconclusies. De laatste conclusies van elke partij (art. 748bis).

Sinds 2007 legt het Wetboek geen minimumtermijn meer op om te concluderen, en de gerechtelijke vakantie verlengt de termijnen van de kalender niet. De Conclusiekalender stelt een kalender voor volgens deze regels en controleert een vastgelegde kalender.

De minnelijke kalender (art. 747, § 1)

Op de inleidende zitting of op een latere zitting kunnen de partijen de termijnen voor hun conclusies afspreken. De rechter geeft de eerst mogelijke datum voor de pleitzitting, neemt akte van de afgesproken termijnen, bekrachtigt ze en bepaalt de datum van de zitting. De beschikking wordt in het proces-verbaal van de zitting opgenomen en de griffier geeft er kennis van.

De gerechtelijke kalender (art. 747, § 2)

Opmerkingen binnen de maand

Elke partij kan de rechter en de andere partijen schriftelijke opmerkingen over de instaatstelling bezorgen, uiterlijk binnen de maand na de inleidende zitting. De rechter kan die termijn inkorten als dat nodig is of als de partijen ermee instemmen. De partijen kunnen ook overeenkomen de zaak naar de rol te verzenden.

Beschikking en pleitzitting

De rechter legt de kalender uiterlijk 6 weken na de inleidende zitting vast. De beschikking bepaalt het aantal conclusies, de uiterste data om ze ter griffie neer te leggen en aan de andere partij te bezorgen, en de datum, het uur en de duur van de pleitzitting. Legt de rechter de termijnen vast, dan vindt die zitting plaats uiterlijk binnen 3 maanden na de laatste conclusies.

Tegen de beschikking staat geen rechtsmiddel open; ze kan wel worden verbeterd bij een verzuim of een verschrijving. De 6 weken binden de rechter: het is geen vervaltermijn.

Na een verzending naar de rol

Werd de zaak naar de rol verzonden, dan kan elke partij later met een schriftelijk verzoek de instaatstelling vragen. De kennisgeving van dat verzoek doet de termijn voor de opmerkingen en die voor de beschikking opnieuw lopen. Het vroegere art. 751 werd bij de wet van 26 april 2007 opgeheven.

Kort geding en gelijkgestelde procedures (art. 747, § 3)

Paragraaf 3 geldt voor de rechter in kort geding, de voorzitter die zitting houdt zoals in kort geding, de familierechtbank in spoedeisende gevallen en de beslagrechter:

  • opmerkingen: hoogstens 5 dagen;
  • kalender vastgelegd of akte genomen: binnen hoogstens 8 dagen;
  • de rechter kan beide termijnen inkorten of weglaten;
  • de griffier geeft uiterlijk de eerste werkdag na de beschikking kennis ervan.

Laattijdige conclusies (art. 747, § 4)

Sinds de wet van 6 juli 2017 worden conclusies die na de termijnen ter griffie worden neergelegd of aan de tegenpartij worden verzonden, ambtshalve uit de debatten geweerd, bij een minnelijke en bij een gerechtelijke kalender. Uitzonderingen: art. 748, § 1 en § 2, en het akkoord van de partijen om de termijnen of de kalender te wijzigen. Op de vastgestelde datum kan de meest gerede partij een vonnis vragen, dat in elk geval op tegenspraak is.

Let op het tijdstip van neerlegging:

  • Conclusies die per post worden verzonden, gelden vanaf de dag waarop de griffie ze ontvangt, niet vanaf de verzending (art. 742).
  • Via e-Deposit kunt u neerleggen tot middernacht op de laatste dag (art. 52).
  • De gerechtelijke vakantie verlengt niets: art. 50, lid 2 geldt enkel voor hoger beroep en verzet.

Nieuw stuk of nieuw feit (art. 748, § 2)

Een partij die al heeft geconcludeerd en een nieuw en ter zake dienend stuk of feit ontdekt, kan nieuwe termijnen vragen, uiterlijk dertig dagen vóór de pleitzitting. Het verzoek wordt ter griffie neergelegd en bij gerechtsbrief ter kennis gebracht. De andere partijen hebben 15 dagen voor hun opmerkingen; de rechter beslist op stukken binnen de 8 dagen daarna en kan nieuwe termijnen bepalen en de zitting verplaatsen. Conclusies die daarna te laat komen, worden geweerd.

Die termijn wordt teruggeteld vanaf de zitting en verschuift nooit naar later. Art. 1.7, § 4 van het Burgerlijk Wetboek sluit die verschuiving uit voor teruggetelde termijnen, en dat kan naar analogie worden gevolgd. Valt de dertigste dag vóór de zitting op een rustdag, dan is de vorige werkdag de laatste dag voor een neerlegging op papier, want de griffie is dan gesloten; via e-Deposit kunt u elke dag neerleggen tot middernacht (art. 52, lid 2). De tool toont de vorige werkdag.

Syntheseconclusies (art. 748bis)

De laatste conclusies van een partij zijn syntheseconclusies. Ze vervangen al haar eerdere conclusies en de gedinginleidende akte, behalve wanneer conclusies buiten de termijnen van art. 747 mogen worden neergelegd. De tool duidt de laatste termijn van elke partij als syntheseconclusies aan. Vorm en inhoud staan in de gids over het opstellen van conclusies.

Hoe de tool een kalender voorstelt en controleert

U vult de procedure in (ten gronde, of kort geding en gelijkgestelde procedures), het soort kalender, de inleidende zitting, de partij die eerst concludeert, het aantal conclusies per partij (hoogstens vier) en de tijd tussen twee uiterste data. De partijen concluderen om beurten. Een uiterste datum in een weekend of op een wettelijke feestdag schuift naar de volgende werkdag; als u dat kiest, schuift een datum in juli of augustus naar de eerste werkdag van september. De tool telt de termijnen volgens de art. 52 tot 54; 6 weken zijn 42 dagen.

Om een vastgelegde kalender te controleren, past u de data aan. De tool meldt een uiterste datum die niet na de vorige valt, op een rustdag of tijdens de gerechtelijke vakantie valt, en een pleitzitting die later valt dan 3 maanden na de laatste conclusies.

Rekenvoorbeelden

Alle data zijn nagerekend met de tool.

Gerechtelijke kalender, inleidende zitting op woensdag 7 oktober 2026. Dag 1 is donderdag 8 oktober; de maand eindigt op zaterdag 7 november en verschuift naar maandag 9 november 2026, de laatste dag voor de opmerkingen. De rechter beslist uiterlijk op woensdag 18 november 2026. Met de verweerder die eerst concludeert, twee conclusies per partij en een maand tussen twee data, stelt de tool voor:

ConclusiesUiterste datum
Verweerder, eerste conclusiesMaandag 9 november 2026
Eiser, eerste conclusiesWoensdag 9 december 2026
Verweerder, syntheseconclusiesMaandag 11 januari 2027 (9 januari is een zaterdag)
Eiser, syntheseconclusiesDonderdag 11 februari 2027
Pleitzitting uiterlijkDinsdag 11 mei 2027

Kort geding, inleidende zitting op woensdag 7 oktober 2026. Opmerkingen uiterlijk maandag 12 oktober 2026, beschikking uiterlijk donderdag 15 oktober 2026.

Nieuw stuk. Voor een pleitzitting op donderdag 10 december 2026 is de laatste dag dinsdag 10 november 2026. Voor een pleitzitting op maandag 14 december 2026 valt de dertigste dag ervoor op zaterdag 14 november: op papier is vrijdag 13 november 2026 de laatste dag, en de termijn schuift niet op naar maandag 16 november.

Zomer. Na een inleidende zitting op woensdag 3 juni 2026, met een maand tussen twee data, vallen de eerste twee voorstellen op vrijdag 3 juli en maandag 3 augustus 2026, en de tool meldt dat ze in de vakantie liggen. Met de optie om de vakantie te vermijden, wordt de eerste uiterste datum dinsdag 1 september 2026.

Stel uw kalender op met de Conclusiekalender. Afzonderlijke termijnen berekent u met Proceduretermijnen berekenen, onder meer de opmerkingen volgens art. 747 en het verzoek voor een nieuw stuk.

Vaak gemaakte fouten en open vragen

  • Denken dat de verweerder nog een maand heeft om te concluderen: die regel stond in het oude art. 747, § 1, vervangen in 2007.
  • Conclusies op de laatste dag per post versturen: de ontvangst door de griffie telt.
  • Rekenen op de gerechtelijke vakantie of op art. 751.
  • De termijn van art. 748, § 2 naar de volgende werkdag verschuiven als hij op een rustdag valt.
  • Niet gevonden: of "dertig dagen vóór" dertig volle dagen vereist; de tool trekt dertig dagen af van de datum van de zitting. Wijzigingen van de art. 747 en 748 na 2017 werden niet volledig nagegaan.
  • De tool legt de kalender niet vast (dat doet de rechter) en behandelt het gezamenlijk verzoek tot rechtsdagbepaling (art. 748, § 1) en het verzoek na een verzending naar de rol niet.

De tool ondersteunt de advocaat, die verantwoordelijk blijft voor de berekening en voor de controle van de toepasselijke regel.

Bronnen

Hulpmiddel. De advocaat blijft verantwoordelijk voor de berekening en voor de controle van de toepasselijke regel.