Beroep bij de RvV: de termijnen sinds de hervorming van 2026
Welk stelsel geldt, hoeveel dagen u hebt, wanneer de termijn begint en wanneer hij verstrijkt, voor beslissingen van de DVZ en het CGVS vóór en na 19 juni 2026.
Bijgewerkt op 5 oktober 2026
Beroepstermijn bij de RvVDe regel in het kort
- Stelsel. De datum waarop de beslissing werd genomen, niet die van de kennisgeving, bepaalt de regels. Beslissing genomen vanaf 19 juni 2026: wet van 17 juni 2026 betreffende de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen. Daarvoor: oud art. 39/57 van de wet van 15 december 1980.
- Termijn. 30 dagen als algemene regel; 10 of 5 dagen voor de beslissingen die art. 2.15 opsomt.
- Dag 1. De dag na de (geachte) kennisgeving; bij een brief kan dat een zaterdag zijn.
- Vervaldag. Weekends en feestdagen tellen mee; een laatste dag op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag verschuift naar de volgende werkdag.
- Kosten. € 251 rolrecht per verzoekende partij en € 26 bijdrage, te betalen binnen 8 dagen na de beschikking van de RvV.
De tool beroepstermijn bij de RvV past deze regels toe en toont elke stap met het artikel.
De hervorming van 2026
De wet van 17 juni 2026 betreffende de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen werd bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad van 19 juni 2026. De Senaat heeft ze niet geëvoceerd: de definitieve tekst is die van de plenaire Kamer (DOC 56 1399/009, gelijk aan 1399/007), waarnaar de artikelnummers in deze gids verwijzen.
Inwerkingtreding. Art. 5.13 bepaalt dat de wet in werking treedt op 12 juni 2026, de datum waarop ook de Europese verordeningen (EU) 2024/1348 en 2024/1351 van toepassing worden. De RvV past de wet echter toe op beroepen ingediend vanaf de bekendmaking, 19 juni 2026, de dag die hij als daadwerkelijke inwerkingtreding beschouwt. De tool volgt de RvV.
Overgang (art. 5.12, § 1). Voor de termijn en het vertrekpunt telt de dag waarop de beslissing werd genomen:
- beslissing genomen vóór 19 juni 2026: het oude art. 39/57 blijft van toepassing, voor de termijn en voor het begin ervan;
- beslissing genomen vanaf 19 juni 2026: art. 2.15 en 2.5 van de nieuwe wet.
Een beroep dat vanaf 19 juni 2026 wordt ingediend, volgt voor de procedure wel de nieuwe wet. Voor een beslissing genomen tussen 12 en 18 juni 2026 past de tool de oude regels toe en meldt dat het stelsel betwistbaar is.
De termijnen per beslissing
Beslissingen genomen vanaf 19 juni 2026 (art. 2.15)
| Termijn | Dienst Vreemdelingenzaken (DVZ) | Commissariaat-generaal (CGVS) |
|---|---|---|
| 30 dagen | algemene regel | algemene regel, normale procedure, ook als de verzoeker vastgehouden wordt |
| 10 dagen | persoon vastgehouden bij de kennisgeving; overdrachtsbesluit (Dublin); beslissing in een grensprocedure; terugkeerbesluit met verwijderingsbeslissing; terugkeerbesluit gekoppeld aan een beslissing van het CGVS met een termijn van 10 dagen | niet-ontvankelijkheid, ook van een volgend verzoek; impliciete intrekking; afwijzing in de versnelde procedure |
| 5 dagen | weigering van binnenkomst, terugkeer of verwijdering na een reeds ter kennis gebrachte beslissing; weigering van binnenkomst gekoppeld aan een beslissing van het CGVS met een termijn van 5 dagen | volgend verzoek niet-ontvankelijk, ingediend tijdens vasthouding; afwijzing in de grensprocedure voor asiel |
Volgt op een terugkeerbesluit binnen de termijn van 30 dagen een verwijderingsbeslissing, dan wordt de termijn 5 dagen vanaf de kennisgeving van die verwijderingsbeslissing, zonder de oorspronkelijke 30 dagen te overschrijden (art. 2.15, § 1, tweede lid).
Beslissingen genomen vóór 19 juni 2026 (oud art. 39/57)
- CGVS: 30 dagen; 10 dagen als de verzoeker bij de kennisgeving vastgehouden werd of ter beschikking van de regering gesteld was, en bij niet-ontvankelijkheid of versnelde procedure; 5 dagen bij een niet-ontvankelijk volgend verzoek ingediend tijdens vasthouding.
- DVZ: 30 dagen; 10 dagen bij vasthouding op het ogenblik van de kennisgeving; vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid: 10 dagen, 5 dagen tegen een tweede maatregel tot verwijdering of terugdrijving.
Het vertrekpunt: de kennisgeving
Voor een beslissing genomen vanaf 19 juni 2026 bepaalt art. 2.5 wanneer de beslissing geacht wordt ter kennis gebracht te zijn. De dag van de kennisgeving telt niet mee.
| Wijze van kennisgeving | Geachte kennisgeving | Dag 1 |
|---|---|---|
| aangetekende brief met ontvangstbewijs | dag van de aanbieding op de (gekozen) woonplaats of verblijfplaats | volgende dag |
| aangetekende of gewone brief | tweede werkdag na de afgifte ter post | volgende kalenderdag, ook een zaterdag |
| overhandiging tegen ontvangstbewijs | dag van de overhandiging of de weigering | volgende dag |
| J-Box, fax of ander wettelijk toegelaten middel | dag van de verzending | volgende dag, een zaterdag bij verzending op vrijdag |
De geadresseerde kan de vermoede datum van een brief weerleggen; voor een elektronische verzending staat die mogelijkheid enkel in de Nederlandse tekst van art. 2.5, § 1, 4°, niet in de Franse. De poststempel, de stempel van de griffie of het elektronische tijdstempel bewijst de verzending, de ontvangst of de weigering (art. 2.5, § 3). Werkdag is elke dag die geen zaterdag, zondag of feestdag is (art. 1.7, 13°). De RvV stuurt alles naar de woonplaats gekozen in het verzoekschrift; heeft de advocaat een J-Box, dan gebruikt de RvV die.
Onder het oude art. 39/57 begint de termijn bij een aangetekende of gewone brief op de derde werkdag na de afgifte ter post. Voor een brief die op een woensdag ter post wordt afgegeven, valt dag 1 dus op maandag in het oude stelsel en op zaterdag in het nieuwe.
De vervaldag
Zaterdagen, zondagen en feestdagen tellen mee in de termijn. Valt de laatste dag op een zaterdag, een zondag of een wettelijke feestdag, dan verschuift de vervaldag naar de volgende werkdag; de termijn verstrijkt om middernacht (art. 2.5, § 2, en oud art. 39/57, § 2). Een laattijdig beroep is niet-ontvankelijk, behalve bij overmacht. Voor de berekening van termijnen van het Gerechtelijk Wetboek, zie de gids over de berekening van proceduretermijnen.
Vasthouding, overdracht en de urgente procedure
Vasthouding. Het verzoekschrift van een vastgehouden persoon kan worden ingediend via de directeur van de gevangenis of van het centrum, die het per aangetekende zending of via J-Box doorstuurt.
Urgente procedure. Voor nieuwe beroepen vervangt ze de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Ze heeft geen eigen termijn: het beroep wordt ingediend binnen de termijn van 10 of 5 dagen die voor de beslissing geldt. Het wordt enkel via J-Box of door afgifte ter griffie ingediend, met de vermelding "URGENTE PROCEDURE". Valt één van de bestreden beslissingen onder de urgente procedure, dan vraagt de RvV één verzoekschrift per beslissing. De RvV beoogt in die procedure een uitspraak ten gronde binnen ongeveer drie weken, of ongeveer een week als de verwijdering nakend is.
Overdrachtsbesluit. Het beroep is nooit van rechtswege schorsend: de schorsing moet in hetzelfde verzoekschrift worden gevraagd. Sinds 12 juni 2026 verhindert een hangend verzoek tot schorsing de overdracht (art. 43, lid 3, van verordening (EU) 2024/1351).
Rolrecht en bijdrage
- Rolrecht: € 251 per verzoekende partij; bij een collectief verzoekschrift € 251 maal het aantal verzoekers (art. 2.22, § 2). Een verzoekschrift tot tussenkomst kost € 180.
- Bijdrage: € 26 voor het begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand (wet van 19 maart 2017, art. 4, § 4).
- Betaling: binnen 8 dagen na de beschikking van de RvV die het bedrag vaststelt (art. 2.23). Anders wordt het beroep niet op de rol ingeschreven, zonder mogelijkheid tot regularisatie. In de urgente procedure is het bedrag onmiddellijk verschuldigd.
- Vrijstelling: te vragen in het verzoekschrift, met bewijsstukken: steun van het OCMW, opsluiting of vasthouding, minderjarigen, juridische tweedelijnsbijstand (art. 508/1 Ger.W.) of onvoldoende middelen bewezen met stukken (art. 2.22, § 3). Wie vrijgesteld is van het rolrecht, is ook vrijgesteld van de bijdrage.
- Indexering: elk jaar op 1 januari (art. 2.22, § 4).
Rekenvoorbeelden
Brief op een woensdag, beslissing van de DVZ (30 dagen)
Beslissing van de DVZ genomen op 1 september 2026, algemene termijn van 30 dagen, brief ter post afgegeven op woensdag 2 september 2026.
- Geachte kennisgeving: tweede werkdag na de afgifte, vrijdag 4 september 2026.
- Dag 1: zaterdag 5 september 2026.
- Dag 30: zondag 4 oktober 2026.
- Laatste dag, verschoven naar de volgende werkdag: maandag 5 oktober 2026, tot middernacht.
Onder het oude art. 39/57 zou dag 1 maandag 7 september zijn en de laatste dag dinsdag 6 oktober 2026: het nieuwe stelsel geeft een dag minder.
J-Box op een vrijdag, herhaalde beslissing (5 dagen)
Een verwijderingsbeslissing van de DVZ na een reeds ter kennis gebracht terugkeerbesluit (art. 2.15, § 3, 1° a), via J-Box verzonden op vrijdag 6 november 2026.
- Dag 1: zaterdag 7 november 2026.
- Dag 5: woensdag 11 november 2026, Wapenstilstand, een wettelijke feestdag.
- Laatste dag: donderdag 12 november 2026.
Beslissing van het CGVS van vóór de hervorming
Beslissing van het CGVS genomen op woensdag 10 juni 2026, normale procedure, brief ter post afgegeven dezelfde dag. Het oude art. 39/57 geldt: dag 1 is de derde werkdag na de afgifte (donderdag 11, vrijdag 12, maandag 15 juni), dus maandag 15 juni 2026. Dag 30 en laatste dag: dinsdag 14 juli 2026.
Voor een beslissing genomen op 15 juni 2026, aangetekend met ontvangstbewijs aangeboden op dinsdag 16 juni, past de tool eveneens het oude stelsel toe (laatste dag donderdag 16 juli 2026) en meldt hij de afwijkende datum van art. 5.13 (12 juni). Controleer elk geval met de beroepstermijn bij de RvV; voor een termijn uit het Gerechtelijk Wetboek gebruikt u de tool proceduretermijnen.
Wat de tool niet doet en open punten
- Verwijdering na een terugkeerbesluit. De tool meldt de termijn van 5 dagen vanaf de kennisgeving van de verwijderingsbeslissing, maar berekent hem niet.
- Overdrachtsbesluit genomen van 12 tot 18 juni 2026. Het oude art. 39/57 gaf 30 dagen (10 bij vasthouding); art. 43, lid 2, van verordening (EU) 2024/1351, rechtstreeks van toepassing sinds 12 juni, vereist een termijn van één tot drie weken. Er werd geen standpunt van de RvV gevonden. De tool past het oude art. 39/57 toe en meldt de betwisting; de meeste van die termijnen waren begin juli 2026 al verstreken.
- Bekendgemaakte tekst. De tekst in het Belgisch Staatsblad en een eventuele verbetering konden niet worden gelezen; de artikelen volgen de definitieve tekst van de Kamer.
- Gezinshereniging. Zie voor de inkomensvoorwaarde de gids over gezinshereniging en bestaansmiddelen.
Het resultaat is een hulp bij de berekening: de advocaat blijft verantwoordelijk voor de berekening en voor de controle van de toepasselijke regel, met name de datum van de beslissing, de wijze van kennisgeving en de gekozen categorie.
Bronnen
- Wet van 17 juni 2026 betreffende de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen (Belgisch Staatsblad van 19 juni 2026), art. 2.5, 2.15, 2.22, 2.23, 5.12 en 5.13, volgens de definitieve tekst, DOC 56 1399/009, gelijk aan DOC 56 1399/007 (gecontroleerd op 5 oktober 2026).
- Wet van 15 december 1980, oud art. 39/57, geciteerd in Grondwettelijk Hof, arrest 64/2013 (gecontroleerd op 4 oktober 2026).
- Raad voor Vreemdelingenbetwistingen, FAQ over de nieuwe procedure, versie van 4 augustus 2026 en bericht over de bekendmaking van de wet (19 juni 2026) (gecontroleerd op 5 oktober 2026).
- Verordeningen (EU) 2024/1348 en 2024/1351, van toepassing sinds 12 juni 2026; art. 43 van verordening 2024/1351 (gecontroleerd op 4 oktober 2026).
- Wet van 19 maart 2017 tot oprichting van een begrotingsfonds voor de juridische tweedelijnsbijstand, art. 4, § 4 (gecontroleerd op 4 oktober 2026).
Hulpmiddel. De advocaat blijft verantwoordelijk voor de berekening en voor de controle van de toepasselijke regel.