Naar de inhoud
Hublex
← Alle gidsen

Gezinshereniging: welke bestaansmiddelen zijn vereist in 2026

Welk stelsel geldt, welke drempel van toepassing is, hoe de verhoging per gezinslid werkt en welke inkomsten meetellen, volgens de wet van 18 juli 2025.

Bijgewerkt op 5 oktober 2026

Gezinshereniging: inkomenstoets

De regel in het kort

  • Twee stelsels. De wet van 18 juli 2025 (in werking op 18 augustus 2025) verving de drempel van 120 % van het leefloon door 110 % van het gewaarborgd gemiddeld minimum maandinkomen (GGMMI). Het oude stelsel blijft tijdens een overgangsperiode gelden (art. 24).
  • Drempels in oktober 2026. Nieuw stelsel: € 2.456,97 netto per maand sinds 1 juli 2026. Oud stelsel: € 2.217,47 sinds 1 september 2026.
  • Gezinsleden. In het nieuwe stelsel stijgt de drempel met 10 % van het bedrag van 110 % voor elk bijkomend gezinslid ten laste: € 2.702,67 met één, € 2.948,37 met twee.
  • Uitgesloten inkomsten. Leefloon, maatschappelijke dienstverlening, gezinsbijslag, inschakelings- en overbruggingsuitkering; werkloosheidsuitkering enkel met bewijs van actief zoeken naar werk.
  • Onder de drempel. Geen automatische weigering: de DVZ maakt een behoefteanalyse, op basis van de stukken die bij de aanvraag zijn gevoegd.

De tool gezinshereniging: inkomenstoets bepaalt het stelsel, de drempel en de meegetelde inkomsten.

Wie bestaansmiddelen moet bewijzen

  • Vreemdeling uit een derde land (art. 10, § 2 en § 5, van de wet van 15 december 1980): voor de echtgenoot of partner en de meerderjarige kinderen met een handicap. De voorwaarde geldt niet wanneer enkel de kinderen overkomen voor wie de wet geen bestaansmiddelen vereist.
  • Belg (art. 40ter, § 2, tweede lid, 1°): de voorwaarde geldt niet wanneer enkel minderjarige kinderen overkomen.
  • Erkende vluchteling: vrijgesteld van de voorwaarden van bestaansmiddelen, huisvesting en ziektekostenverzekering voor de echtgenoot of partner en de minderjarige kinderen (art. 10, § 1, eerste lid, 5°), als de aanvraag binnen 6 maanden na de erkenning wordt ingediend, met een eerste bewijs van identiteit en gezinsband, en het dossier binnen 10 maanden volledig is. Vroeger was dat 12 maanden.
  • Subsidiair beschermde (art. 10bis, § 2/1): wachttijd van 2 jaar, gezinsband van vóór de aankomst, bestaansmiddelen van 110 %, huisvesting, ziektekostenverzekering en een retributie. Het Grondwettelijk Hof (arrest 24/2026 van 26 februari 2026) heeft de wachttijd en de voorwaarden van bestaansmiddelen, huisvesting en ziektekostenverzekering geschorst voor de gezinsleden die niet in België zijn, in afwachting van het antwoord van het Hof van Justitie op vijf prejudiciële vragen.
  • Burger van de Unie (art. 40bis): valt buiten deze drempel en buiten de tool.

Oud of nieuw stelsel

De datum van de aanvraag bepaalt het stelsel (art. 24 van de wet van 18 juli 2025, Belgisch Staatsblad van 8 augustus 2025). Het oude stelsel, 120 % van het leefloon tegen het gezinstarief (art. 14, § 1, 3°, van de wet van 26 mei 2002), blijft gelden voor:

  1. een aanvraag ingediend vóór 18 augustus 2025;
  2. de verlenging van een verblijfstitel afgegeven vóór 18 augustus 2025, en gedurende 2 jaar de verlenging van een titel toegekend onder de overgangsregeling;
  3. een aanvraag ingediend tot en met 17 augustus 2027 door een gezinslid van een vreemdeling die vóór 18 augustus 2025 toegelaten of gemachtigd was tot een verblijf van meer dan 3 maanden;
  4. een aanvraag ingediend tot en met 17 augustus 2027 door een gezinslid van een Belg (art. 40ter), zonder voorwaarde van eerder verblijf.

De andere aanvragen vallen onder het nieuwe stelsel, dat volgens de DVZ ten volle geldt vanaf 18 augustus 2027. Een Belg die gebruik heeft gemaakt van zijn recht op vrij verkeer, valt onder art. 40bis, niet onder deze drempel.

De drempels per periode

Van toepassing sindsStelselNetto maandbedrag
1 november 2023oud: 120 % van het leefloon€ 2.048,53
1 mei 2024oud€ 2.089,55
1 februari 2025oud€ 2.131,28
18 augustus 2025nieuw: 110 % van het GGMMI (€ 2.111,89)€ 2.323,08
1 januari 2026nieuw (GGMMI € 2.154,11)€ 2.369,52
1 maart 2026oud€ 2.173,88
1 april 2026nieuw (GGMMI € 2.189,81)€ 2.408,79
1 juli 2026nieuw (GGMMI € 2.233,61)€ 2.456,97
1 september 2026oud (leefloon € 1.847,89)€ 2.217,47

Het GGMMI is het bedrag van art. 3 van de collectieve arbeidsovereenkomst nr. 43. Welke datum het bedrag bepaalt (indiening of beslissing), vermelden de geraadpleegde bronnen niet: de tool neemt het bedrag dat geldt op de datum die u kiest.

De verhoging per bijkomend gezinslid

In het nieuwe stelsel wordt het bedrag met 10 % verhoogd voor elk bijkomend gezinslid ten laste van de gezinshereniger (art. 10, § 5, eerste lid; art. 40ter, § 2, tweede lid, 1°). Het basisbedrag dekt het eerste gezinslid dat overkomt; elk bijkomend gezinslid ten laste telt mee, ongeacht of het overkomt of al in België is. De DVZ rekent 10 % van het bedrag van 110 %: GGMMI × 1,10 × (1 + 0,10 × aantal bijkomende gezinsleden), één keer afgerond. Partner en twee kinderen die overkomen geven dus "110 % + 20 %"; met daarnaast een kind dat al in België is, "110 % + 20 % + 10 %".

Bijkomende gezinsleden0123
Drempel sinds 1 juli 2026€ 2.456,97€ 2.702,67€ 2.948,37€ 3.194,06

In het oude stelsel voegt de tool geen verhoging per gezinslid toe.

Welke inkomsten meetellen

De tool telt de netto maandinkomsten op en laat weg wat de wet uitsluit (art. 10, § 5, tweede lid; art. 40ter, § 2, tweede lid, 1°):

  • het leefloon en de aanvullende gezinsbijslag;
  • de financiële maatschappelijke dienstverlening van het OCMW;
  • de gezinsbijslag, basisbedrag en toeslagen;
  • de inschakelingsuitkering en de overbruggingsuitkering;
  • de werkloosheidsuitkering, tenzij de gezinshereniger bewijst dat hij actief werk zoekt.

De DVZ houdt rekening met de aard en de regelmaat van de bestaansmiddelen. Voor een Belgische gezinshereniger telt ook het eigen inkomen van de partner: art. 40ter, § 2, tweede lid, 1°, en art. 42, § 1, tweede lid, zijn ongrondwettig als ze enkel de middelen van de Belg laten meetellen, en grondwettig als ze ook de middelen van de partner laten meetellen (Grondwettelijk Hof, arrest 38/2026 van 2 april 2026). Voor de andere gezinsherenigers laat de tool het inkomen van de partner weg en vraagt hij een controle.

Onder de drempel: de behoefteanalyse

Een inkomen onder de drempel leidt niet automatisch tot een weigering. De minister of zijn gemachtigde moet op basis van de eigen behoeften van de gezinshereniger en zijn gezin bepalen welke bestaansmiddelen nodig zijn opdat zij niet ten laste vallen van de openbare overheden (art. 12bis, § 2, voor vreemdelingen; art. 42, § 1, tweede lid, voor Belgen). Sinds 18 augustus 2025 moet de aanvrager alle stukken en inlichtingen bij de aanvraag voegen: de DVZ onderzoekt enkel wat werd voorgelegd en hoeft geen stukken meer op te vragen. De Koning kan de lijst van stukken vastleggen.

Rekenvoorbeelden

Aanvragen ingediend op 1 oktober 2026, bedragen van 5 oktober 2026.

Vreemdeling, nieuw stelsel, partner en twee kinderen

De gezinshereniger, uit een derde land, werd na 18 augustus 2025 toegelaten: het nieuwe stelsel geldt. Zijn partner en twee kinderen komen over, dus twee bijkomende gezinsleden. Inkomen: € 2.600 netto loon en € 350 gezinsbijslag.

  • Drempel: € 2.233,61 × 1,10 × 1,20 = € 2.948,37.
  • Meegeteld: € 2.600; de gezinsbijslag is uitgesloten.
  • Tekort: € 348,37. De DVZ maakt een behoefteanalyse; alle stukken moeten bij de aanvraag zitten.

Komt enkel de partner over, dan is de drempel € 2.456,97 en volstaat het inkomen, met € 143,03 marge.

Vreemdeling die al vóór de hervorming in België verbleef

De gezinshereniger was vóór 18 augustus 2025 gemachtigd tot een verblijf van meer dan 3 maanden: het oude stelsel geldt, drempel € 2.217,47. Inkomen: € 1.900 loon en € 500 werkloosheidsuitkering.

  • Zonder bewijs van actief zoeken naar werk: € 1.900 meegeteld, tekort € 317,47.
  • Met dat bewijs: € 2.400 meegeteld, marge € 182,53.

Belgische gezinshereniger met een werkende partner

De Belg verdient € 1.500 netto, zijn partner € 900. Voor een aanvraag tot en met 17 augustus 2027 geldt het oude stelsel (€ 2.217,47) en telt het inkomen van de partner mee (arrest 38/2026): € 2.400, marge € 182,53. Tegen de drempel van het nieuwe stelsel (€ 2.456,97) zou hetzelfde inkomen niet volstaan: de keuze van het stelsel beslist hier over de uitkomst.

Herneem deze gevallen met uw eigen cijfers in de inkomenstoets voor gezinshereniging.

Valkuilen en open punten

  • Gezin van een Belg: voor een aanvraag vanaf 18 augustus 2027 geldt de drempel van 110 %, met de verhoging per gezinslid; de datum van indiening is dus beslissend.
  • Niet onderzocht: huisvesting, ziektekostenverzekering, retributie, de regelmaat van de inkomsten en de behoeften van het gezin.
  • Subsidiaire bescherming: de schorsing door het Grondwettelijk Hof duurt tot de bekendmaking van het arrest over de beroepen tot vernietiging, na het antwoord van het Hof van Justitie.
  • Beroep: tegen een weigering van de DVZ staat beroep open bij de Raad voor Vreemdelingenbetwistingen; zie de gids over het beroep bij de RvV en de tool beroepstermijn bij de RvV.

De tool ondersteunt de advocaat, die verantwoordelijk blijft voor de berekening en voor de controle van de toepasselijke regel.

Bronnen

Hulpmiddel. De advocaat blijft verantwoordelijk voor de berekening en voor de controle van de toepasselijke regel.