Gerechtelijke vakantie: verlenging van hoger beroep en verzet
Wanneer een termijn van hoger beroep of verzet tot 15 september loopt en wanneer niet, met voorbeelden voor vonnissen betekend in juni, juli en augustus.
Bijgewerkt op 6 oktober 2026
Gerechtelijke kalenderDe regel in het kort
- De gerechtelijke vakantie loopt van 1 juli tot 31 augustus (art. 334 Ger.W.). Het nieuwe gerechtelijk jaar begint op 1 september.
- Ze schorst geen termijnen: ook in juli en augustus tellen alle dagen mee (art. 52).
- Art. 50, lid 2 verlengt enkel de termijnen van verzet en hoger beroep van de art. 1048, 1051 en 1253quater, c) en d).
- Voorwaarde: de termijn begint én verstrijkt tijdens de vakantie.
- Gevolg: hij loopt tot 15 september, de vijftiende dag van het nieuwe gerechtelijk jaar. Valt die dag in een weekend, dan geldt daarna art. 53.
- Valt de laatste dag eind augustus op een zaterdag of zondag, dan verschuift art. 53 hem eerst naar de eerste werkdag van september: de termijn verstrijkt niet meer tijdens de vakantie en wordt niet verlengd.
- Niet verlengd: het cassatieberoep, de strafzaken, de Raad van State, de conclusietermijnen en andere bijzondere termijnen.
De gerechtelijke kalender toont voor elk jaar de vakantie, de wettelijke feestdagen en 15 september. Proceduretermijnen berekenen past de verlenging toe op uw termijn.
Wat de gerechtelijke vakantie is
De vakantie loopt van 1 juli tot 31 augustus. Ze is geen schorsing: de termijnen lopen door, dag na dag, ook in de zomer. Art. 50, lid 2 verlengt enkel de termijnen die het opsomt, en enkel onder de voorwaarde die hieronder staat.
Twee wettelijke feestdagen vallen in de vakantie: 21 juli en 15 augustus. Een vervaldag op die dagen verschuift naar de volgende werkdag (art. 53). 11 juli, de feestdag van de Vlaamse Gemeenschap, is geen wettelijke feestdag en verschuift niets. In 2026 valt 15 augustus op een zaterdag.
Welke termijnen worden verlengd
Art. 50, lid 2 beoogt de termijnen van hoger beroep en verzet van de art. 1048, 1051 en 1253quater, c) en d) Ger.W.:
- Hoger beroep: één maand vanaf de betekening van het vonnis, of vanaf de kennisgeving bij gerechtsbrief als de wet daarin voorziet (art. 1051). Ook het hoger beroep tegen een vonnis van de vrederechter valt eronder.
- Verzet: één maand (art. 1048). Sinds 2017 staat verzet enkel open tegen een verstekvonnis gewezen in laatste aanleg (art. 1047).
Het vertrekpunt maakt niet uit: na een betekening en na een gerechtsbrief geldt dezelfde voorwaarde.
De voorwaarde: begint en verstrijkt tijdens de vakantie
Dag 1 van de termijn én zijn laatste dag moeten allebei tussen 1 juli en 31 augustus vallen. De wetgever koos in 1970 voor die formule en verving zo de regel van 1967, die elke termijn verlengde die tijdens de vakantie of in de acht dagen erna verstreek. Het Grondwettelijk Hof aanvaardde die grens (arrest 30/2008): na een betekening op 1 augustus 2005 verstreek de termijn op 1 september 2005, zonder verlenging.
Een samenvattende zin op het Europese e-Justitieportaal spreekt van een termijn die tijdens de vakantie begint "of" eindigt. De wettekst, de voorbeelden op datzelfde portaal en het Grondwettelijk Hof vereisen beide: volg die zin niet.
Gevolg in de praktijk:
- Een vonnis betekend in juni, met dag 1 in juni, wordt niet verlengd, ook al verstrijkt de termijn in juli.
- Een vonnis betekend begin augustus, waarvan de termijn in september verstrijkt, wordt evenmin verlengd.
Art. 53 en de verlenging
De termijn verstrijkt op de dag waarop hij eindigt na een eventuele verschuiving door art. 53. Valt zijn laatste dag eind augustus op een zaterdag of zondag, dan verschuift hij naar de eerste werkdag van september: de termijn verstrijkt niet meer tijdens de vakantie en wordt niet verlengd (Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders; D. Scheers, 2004, met verwijzing naar rechtspraak). Na een betekening op woensdag 31 juli 2024 moest het hoger beroep dus uiterlijk op maandag 2 september 2024 worden ingesteld.
Het Europese e-Justitieportaal past eerst de verlenging toe en komt zo uit op 15 september. Proceduretermijnen berekenen toont de vroegste datum en vermeldt de andere lezing. Geldt de verlenging, dan speelt art. 53 nog als 15 september op een zaterdag of zondag valt: de vervaldag verschuift dan naar de volgende werkdag, in 2029 naar maandag 17 september, in 2030 naar maandag 16 september.
Wat niet wordt verlengd
- Cassatieberoep in burgerlijke zaken (drie maanden, art. 1073). Na een betekening op vrijdag 15 mei 2026 valt het einde op zaterdag 15 augustus, een feestdag: art. 53 verschuift het naar maandag 17 augustus 2026, en art. 50, lid 2 speelt niet.
- Strafzaken: art. 50, lid 2 verwijst enkel naar artikelen van het Gerechtelijk Wetboek.
- Raad van State: het beroep tot nietigverklaring (60 dagen) wordt niet verlengd. Het procedurereglement voegt 15 dagen toe, maar enkel aan proceduretermijnen van ten hoogste 30 dagen die beginnen en verstrijken tussen 1 juli en 31 augustus (art. 91).
- Beroepen tegen administratieve beslissingen: het Grondwettelijk Hof oordeelde dat art. 50, lid 2 ze niet dekt (arrest 144/2019).
- Derdenverzet en andere bijzondere termijnen, tenzij hun eigen tekst naar de vakantie verwijst.
- Conclusietermijnen (art. 747) en het verzoek over een nieuw stuk (art. 748, § 2): zie de gids over de conclusietermijnen.
Partij in het buitenland: art. 55 en art. 50 samen
De teksten zeggen niet in welke volgorde de verlenging van art. 55 en die van art. 50, lid 2 worden toegepast. De rechtsleer (D. Scheers, 2004, met verwijzing naar Luik, 9 mei 1996) telt de dagen van art. 55 niet op bij de verlenging tot 15 september; geen arrest van het Hof van Cassatie beslecht de vraag. De tool telt eerst de dagen van art. 55 op, kijkt dan of de termijn begint en verstrijkt tijdens de vakantie, en toont een waarschuwing.
Voorbeeld: betekening op dinsdag 30 juni 2026 aan een partij die in Frankrijk woont. Het einde valt op vrijdag 31 juli; plus 15 dagen wordt dat zaterdag 15 augustus, nog in de vakantie, dus verlengd tot dinsdag 15 september 2026. Wie eerst tot 15 september verlengt en daarna de 15 dagen optelt, komt later uit. De tool toont de vroegste datum, de voorzichtige lezing, die ook die rechtsleer volgt.
Rekenvoorbeelden
Termijn van een maand voor hoger beroep (art. 1051), nagerekend met de rekentool.
| Vertrekpunt | Berekening | Laatste nuttige dag |
|---|---|---|
| Betekening op dinsdag 16 juni 2026 | Dag 1 woensdag 17 juni valt vóór de vakantie | Donderdag 16 juli 2026 |
| Betekening op maandag 29 juni 2026 | Dag 1 dinsdag 30 juni valt vóór de vakantie | Woensdag 29 juli 2026 |
| Betekening op dinsdag 30 juni 2026 | Dag 1 woensdag 1 juli, einde vrijdag 31 juli: verlengd | Dinsdag 15 september 2026 |
| Gerechtsbrief aangeboden op woensdag 15 juli 2026 | Dag 1 donderdag 16 juli, einde zaterdag 15 augustus: verlengd | Dinsdag 15 september 2026 |
| Betekening op vrijdag 31 juli 2026 | Dag 1 zaterdag 1 augustus, einde maandag 31 augustus: verlengd | Dinsdag 15 september 2026 |
| Betekening op maandag 3 augustus 2026 | Einde donderdag 3 september, na de vakantie | Donderdag 3 september 2026 |
| Betekening op dinsdag 31 juli 2029 | Verlengd tot zaterdag 15 september, verschoven (art. 53) | Maandag 17 september 2029 |
| Betekening op woensdag 31 juli 2024 | Einde zaterdag 31 augustus, verschoven naar maandag 2 september (art. 53): niet verlengd | Maandag 2 september 2024 |
Voor verzet tegen een verstekvonnis gelden dezelfde data: na een betekening op vrijdag 31 juli 2026 loopt de termijn ook tot dinsdag 15 september 2026.
Reken uw eigen termijn na met de pagina voor hoger beroep of voor verzet. De gerechtelijke kalender geeft de vakantie, de feestdagen en 15 september van elk jaar, ook als agendabestand.
Vaak gemaakte fouten
- Denken dat de vakantie de termijnen schorst, of dat elke termijn die in juli of augustus verstrijkt tot 15 september loopt.
- De verlenging toepassen op een cassatieberoep, een strafzaak, een beroep bij de Raad van State of een conclusietermijn.
- Een termijn verlengen waarvan de laatste dag eind augustus op een zaterdag of zondag valt: art. 53 verschuift die dag eerst naar september, en de termijn wordt niet verlengd.
- Vergeten dat een vervaldag op 21 juli of 15 augustus verschuift, en op 11 juli niet.
De volledige berekening, van het vertrekpunt tot de laatste dag, staat in de gids over de berekening van proceduretermijnen. De tool ondersteunt de advocaat, die verantwoordelijk blijft voor de berekening en voor de controle van de toepasselijke regel.
Bronnen
- Gerechtelijk Wetboek, art. 50, 52, 53 en 55: eerste deel op Justel; art. 334: tweede deel op Justel; art. 1047, 1048, 1051 en 1073: vierde deel op Justel, gecontroleerd op 5 oktober 2026.
- Wet van 4 januari 1974 betreffende de feestdagen: tekst op Justel, gecontroleerd op 4 oktober 2026.
- Grondwettelijk Hof, arrest 144/2019 (tekst van art. 50), arrest 30/2008 (begint en verstrijkt) en arrest 13/2001 (vonnis van de vrederechter), gecontroleerd op 4 oktober 2026.
- Procedurereglement van de Raad van State (besluit van de Regent van 23 augustus 1948), art. 91: geconsolideerde tekst, gecontroleerd op 4 oktober 2026.
- Nationale Kamer van Gerechtsdeurwaarders, folder "Voies de recours" (Franstalig, 2023), deel 3; D. Scheers, "Termijnregeling in het Gerechtelijk Wetboek", in F. Judo (red.), Kent U de termijn nog?, Larcier, 2004, nrs. 15, 17 en 60, gecontroleerd op 6 oktober 2026.
- Europees e-Justitieportaal, procedurele termijnen in België, gecontroleerd op 4 oktober 2026.
Hulpmiddel. De advocaat blijft verantwoordelijk voor de berekening en voor de controle van de toepasselijke regel.